Met man, mensen, en macht, wapens, werden steden vroeger verdedigd. De verdediging van stad en land gebeurde met muren, wallen, poorten met ophaalbruggen en wachthuizen. Jacoba van Beieren gaf de stad Goes in 1417 het recht zich te ommuren. De verdediging van een stad lag in de handen van burgerwachten en schutterij. De schutterij bestond uit welgestelde stadsbewoners. Armere stadsbewoners werden soldaat.
In deze zaal staan de imposante schutterstukken, de nachtwachten van Goes. De enorme schilderijen zijn goed bewaard gebleven en ook aan de achterkant te bewonderen. Verder zijn er in deze zaal veel wapens, kostuums en prijzen, penningen en vaandels van de schutterij te zien. Tot slot is er in de zaal een op schaal gemaakte replica van een verdedigingsbrug van hout die later in steen werd opgetrokken. De nieuwe brug kreeg de toepasselijke naam, stenen brug, en zo heet deze brug over de veste van Goes nog steeds.