Over Waar Wezen Waren
In 1627 had het Goese stadsbestuur genoeg gespaard om het nonnenklooster van de zwarte Zusters te verbouwen en geschikt te maken als weeshuis. Toen het klaar was konden er 50 wezen wonen. Het weeshuis kostte daarna elke maand veel geld aan verwarming, verlichting, voeding, kleding, het salaris van de wezenvader en wezenmoeder en natuurlijk het onderhoud van het gebouw. Om de kosten te dekken kreeg het weeshuis van het stadsbestuur toestemming om vier keer per jaar een collecte te houden. Omdat de inkomsten daaruit onzeker waren werd besloten een deel van het weeshuis te verhuren aan bejaarden. Het waren in de regel echter niet de vermogende bejaarden die hier een onderkomen zochten dus veel leverde het niet op. De wezen gingen overdacht naar school, de jongens leerden een vak, de meisjes leerden huishoudelijke taken en verzorgden na school de bejaarden. Omdat naar school gaan minder leuk was dan luisteren naar de mooie verhalen van de bejaarden werd er veel gespijbeld. Het bejaarden gedeelte werd daarom afgescheiden van het weeshuis en kreeg de naam Manhuis met een eigen ingang zodat er minder contact was met de wezen. De omstandigheden in het weeshuis bestond uit Spartaanse kale slecht verwarmde ruimtes met houten bankjes. Pas in 1923 werd er een huiskamer ingericht. Omdat er steeds minder wezen waren kon het weeshuis niet meer uit de kosten komen, in 1940 werd het weeshuis gesloten.
De Collectie
De zaal toont een verzameling objecten uit die tijd. Ze zijn gegroepeerd in thema's zoals school, koken en wassen. Bezoekers worden door de tentoonstelling geleid aan de hand van een indrukwekkende film waarbij in de zaal, passend bij het verhaal, telkens een ander thema wordt aangelicht.